Home / Coachen en coaches / (Levens)lessen voor coaches van Marc Lammers
(Levens)lessen voor coaches van Marc Lammers
17 augustus 2013

De Belgen starten vandaag het EK met hoge verwachtingen na de gewonnen Hockey World League. Lammers: „De eerste hoofdprijs ooit is goed voor de flow. Maar ik heb de spelers deze week toch maar even goed voorbereid op de voor- en nadelen van een thuistoernooi. Mooi hoor, alle vrienden op de tribune, maar o wee als er iets negatiefs in de media verschijnt.”

 

Telesport

Marc Lammers’ ervaring als hockeycoach is zo groot, dat het af en toe bijna tegen hem werkt. Bal en stick, voetenwerk, kracht horen er allemaal bij, maar zijn interesse ligt tegenwoordig vooral in het motiveren van mensen het maximale uit zichzelf te halen. Lachend: „Ik ben nog altijd op zoek naar nieuwe wetenschappen die ik kan toepassen. Ik wil het altijd anders doen.”

 

Na de periode als bondscoach van de Nederlandse dame periode stond een sabbatical van één jaar gepland. Lammers: „Ik keek na de Spelen uit naar het onbekende. Ik had alleen nooit kunnen bedenken dat het vier jaar zou duren. Achteraf concludeer ik dat het goed was. Ik heb genoten van mijn vrijheid. Van normale dingen. Ik ging bijvoorbeeld met mijn gezin op zomervakantie.”

 

De rust bracht hem belangrijke levenslessen. „Ik leerde dat ik in het verleden meer balans had moeten hebben tussen privé en werk. Die les koester ik nu. Zaterdag is de dag van de kinderen. Ook de wintersport tijdens carnaval gaat voortaan door. En nee, dat gaat niet ten koste van het resultaat. Mijn begeleidingsteam komt ook lekker fris terug van de wintersport. Die week training halen we wel weer in.”

 

Toch wilde hij nog een keer op het veld staan. De dagelijkse uitdaging en de drang om te willen presteren ervaren. De eerste voortekenen dat hij het nog niet was verleerd, kreeg hij in 2012 toen hij als interim-coach de mannen van Den Bosch– in degradatienood met tien punten achterstand op de nummer elf  – veilig naar het volgende seizoen loodste.

 

Bij Den Bosch hadden ze gebrek aan zelfvertrouwen. En flow. Lammers kon gelijk zijn ei kwijt. „Flow komt met plezier. Dat hoeft geen feest te betekenen. We gingen naar de Ardennen en werkten daar keihard, maar toch was het leuk. En er ontbrak structuur. Het team moest weten wat er werd verwacht.”

 

Ze moesten in het hier en nu leven. Niet denken aan winnen of verliezen, maar focussen op de taak. Denken is niks voor flow, je moet doen. Maar het belangrijkste is waarschijnlijk dat je sterke punten sterker maakt. Veel coaches werken aan het onbekwame. Dan is een speler niet goed in backhandpasses en daar wordt op getraind. Wat doet zo’n jongen in de wedstrijd? Die gaat backhandpasses geven, waar-ie gewoon niet goed in is. En tot slot, laat mensen hun eigen ideeën uitwerken, dat komt de flow ook ten goede.”

 

„In Athene deed ik voor de olympische finale zelf alles verkeerd. Ik bouwde stress en spanning op, want ik zei dat we dat duel móésten winnen.  Ik vergat de handelingen en de taken goed te bespreken, er waren twijfels over hoe we moesten spelen en ik maakte ze bang: ‘Kijk uit voor Duitsland, als we met 1-0 achterkomen, is het over’. Nou, we kwamen met 1-0 achter. Alles was anti-flow.”

 

„Mensen moeten het gevoel hebben dat ze verantwoordelijkheid hebben in een proces. Ik was bij de Toyota-fabriek en verwachtte een strakke hiërarchie. Maar de mensen aan de lopende band doen daar tegenwoordig de vernieuwende voorstellen. Ik doe dat ook met mijn hockeyers. Van nature ben ik ongeduldig, een perfectionist en wil ik het invullen voor de sporter. Maar het is veel beter open vragen te stellen. Een sporter moet zelf nadenken. Alle Belgische internationals maken een persoonlijk ontwikkelingsplan. Als het van henzelf is, rennen ze er harder voorEn als iemand met een goed idee komt, mag-ie dat uitvoeren en als het werkt, haal ik de hele groep erbij om iemand te complimenteren.”

 

Hockey als hogere wetenschap. Hij is er dol op. „Mijn aandeel is vooral het besef bijbrengen dat topsportmentaliteit 365 dagen per jaar moet worden opgebracht. We zijn een jong team, op zoek naar continuïteit. De kwaliteit is er, maar het is nog te wisselvallig.”

 

De voertaal binnen het team is Engels. „Zo deden ze het al onder Colin. Prima. Ik zou Nederlands kunnen praten tegen de Vlamingen, maar dat is niet leuk voor de Franstalige jongens. Eén land, één team, één taal. Ik heb een voedingsdeskundige meegemaakt die alleen maar Vlaams sprak. Ze zei: ‘De Franstalige jongens moeten betalen.’ ’Wij zijn één land, mevrouw’, was mijn boodschap. Ze is naar huis gegaan.”

 

„Ik rij altijd met Jeroen samen naar de trainingen. Heen en weer 130 km, soms duurt het twee uur. Mooie ritten. We doen niks anders dan in de auto het team evalueren.”

facebook twitter