Home / Artikelen / Coachen en coaches / Paul van Ass: ‘Je moet als coach een verdomd goed plan hebben, anders word je opgegeten’
Paul van Ass: ‘Je moet als coach een verdomd goed plan hebben, anders word je opgegeten’
12 september 2012

De aanloop naar de Spelen was erg rumoerig met de affaires rond sterspelers Teun de Nooijer en Taeke Taekema. In Londen stuwde bondscoach Paul van Ass de hockeymannen naar grote hoogte. Van Ass wil zijn ploeg nu naar WK-goud loodsen. In NuSport vertelt hij.

 

 

De aanloop naar de Spelen, het toernooi waarop je afgerekend zou worden, was erg onrustig. Voelde je druk?

“Nee, ik had vertrouwen in mijn aanpak. Heb ik altijd gehad. Ik was verre van gespannen, ook niet tijdens het toernooi. Ik houd van het grote werk en was in mijn element in Londen.”

 

 

Jullie wonnen de eerste twee poulewedstrijden met moeite. De ploeg had last van spanning. Hoe heb je dat proberen weg te nemen?

“Met zes punten uit twee duels stonden we er goed voor, alleen zaten we nog niet op ons topniveau. In het olympisch dorp sprak ik judoka Henk Grol die brons had gepakt, maar niet zijn echte niveau had weten te bereiken, waardoor hij de finale was misgelopen. Daar confronteerde ik mijn spelers mee en ik bood ze aan een extra tactische training te gaan doen. Ze stemden daarmee in, wilden iets doen om de volgende stap te maken. Toen hebben we het elftal goed neergezet en en als doel gesteld om tegen Nieuw-Zeeland minimaal vijf goals te maken. Hoe, dat maakte me niet uit. Zo wilde ik weer lef in de ploeg krijgen. Het werd 5-1. Dat was een omslagpunt. De spelers beseften: wat we willen, dat kunnen we bereiken. Die zege gaf veel vertrouwen. Tegen Duitsland en Korea gingen we nog beter spelen, het plezier nam toe en we plaatsten ons voor de halve finale.

 

 

Eind 2011 liep het niet op de Champions Trophy. In Londen stond er een team met spelers in topvorm. Wat heb je gedaan?

“Het kwam erop neer dat de internationals te weinig werden uitgedaagd of zichzelf onvoldoende uitdaagden. Daarom heb ik na die Trophy iedereen in een vijver gegooid. Niemand was zeker van zijn plek en moest maar zien of hij de overkant haalde. Ik wist dat ik door die aanpak alleen zou komen te staan in hockeyend Nederland, maar voor mij was het de enige manier om de missie te doen slagen. Vervolgens was er de affaire rond Teun en Taeke, Maar ok jongens als Robbert Kemperman, Jaap Stockmann, Bob de Voogd en Sander Baart heb ik uitgedaagd door in eerdere fases concurrenten op te roepen of ze niet te selecteren voor een toernooi. Ik wilde dat de spelers het maximale uit zichzelf gingen halen en uiteindelijk kwamen ze tot het besef dat ze alles moesten geven om in de olympische selectie te komen. Zo hebben ze elkaar naar een hoger niveau gestuwd.”

 

 

Impact

Voor de halve finale tegen Groot-Brittannië droeg je een gedicht van je vader, dat je op zijn sterfbed had gekregen, voor om de spelers te raken. Hoe kwam je daar zo op?

“Het was een ingeving. Het gedicht gaat over doorgaan, nooit opgeven en je eigen weg kiezen. Het was er het juiste moment voor, we moesten die halve finale winnen. Ik nam wel een risico door mijn kwetsbaarheid te tonen. Maar de jongens zagen dat ik all the way ging en voelden dat ze al hun energie en talent eruit moesten gooien voor die finaleplaats. Het was een emotioneel moment. Na die bespreking moest ik wel even bijkomen.”

 

Wat volgde was een historische 9-2 zege, zelfs de term totaalhockey viel. Wat ging er door je heen langs de lijn?

‘Bij 7-1 dacht ik: het is nu wel mooi geweest. Het werd bijna gênant. De Engelsen begonnen Always look on the bright side of life te zingen. Dat was gaaf. We speelden prachtig en snel hockey met mooie goals. Alles lukte en iedereen had een grote grijns op zijn gezicht. Het was waanzinnig.”

  

Heeft die halve finale invloed gehad op de eindstrijd?

“Ik heb niet het idee dat we te vroeg hebben gepiekt. We waren voor de finale net zo scherp als voor de andere duels.”

 

Waar ging het mis tegen Duitsland?

“Het gemis van de geblesseerde Klaas Vermeulen op het middenveld, die daar erg belangrijk is als verbindingsman, deed zich voelen. Het duurde twintig minuten voordat we gewend waren aan de nieuwe samenstelling en ino ns ritme zaten. En de Duitsers verdedigden erg goed. Na de 1-1 dacht ik dat we de wedstrijd naar ons toe gingen trekken, maar toen kregen we die tweede tegentreffer om onze oren. Uiteindelijk won hun verdediging het van onze aanval, zo eerlijk moet ik zijn. Maar bij ons lag de moeilijkheidsgraad hoger, Wij waren het land dat voor vernieuwing zorgde, maar werden net niet beloond terwijl het haalbaar was. En dat doet pijn.”

 

Neem je jezelf iets kwalijk?

“Natuurlijk heb ik teruggedacht of ik ergens een fout heb gemaakt, maar in mijn beleving heb ik rond die finale de juiste beslissingen genomen.”

 

Hoe waren de eerste minuten na het eindsignaal?

“Ik was rustig, maar zag dat de spelers stuk zaten. Ik heb iedereen bij elkaar geroepen, we moesten sterk zijn en ons verlies dragen. We zouden onszelf tekort doen als we de stervende zwaan speelden. Daar hadden we veel te goed voor gespeeld. In het Holland House voelde ik nog de pijn, maar toen ik de volgende dag bij Smeets al die Big Bens op tafel zag staan, vond ik dat ik niet in de teleurstelling moest blijven hangen.”

 

Van prutser tot topcoach in veertien dagen. Je hebt nog geen lange neus getrokken naar de critici.

“Ik zit helemaal niet in die emotie. Dat moet je me ook niet aanpraten. Als je als bondscoach dingen wilt veranderen, weet je dat je kritiek krijgt.”

 

Zijn we jouw manier van werken, met soms hard ingrijpen, niet gewend in Nederland?

“Dat is het een beetje. In Nederland moet alles altijd in pais en vree gaan. In het begin werd ik omschreven als een people’s manager omdat mensen me zo’n aardige gozer vonden. Maar ik heb ook een harde, zakelijke kant. Die is aan het licht gekomen, soms op een wat lelijke manier. Daar moest de buitenwereld kennelijk aan wennen.”

 

Wat zijn de belangrijkste lessen voor jou?

“Ik heb geprobeerd mijn visie uit te leggen. Dat heeft me niets opgeleverd. Het gaat niet om de inhoud, het sentiment bepaalt hoe mensen tegen je aankijken. Je moet als coach een verdomd goed plan hebben, anders word je opgegeten. Gelukkig doe ik van nature mijn eigen ding. Ik laat me niet zo snel van de wijs brengen. Die instelling heeft me geholpen. Natuurlijk heb ik getwijfeld, maar het is gebleken dat mijn aanpak ook op het allerhoogste niveau werkt. Zo gek ben ik dus niet.”

 

Wil jij het karwei graag afmaken?

“In principe wel. Onder mijn leiding hebben we twee zilveren en twee bronzen plakken gepakt, dus zou er de komende twee jaar, tot en met het WK 2014 in Den Haag, goud moeten volgen. Dat zou de rit helemaal afmaken. Die uitdaging wil ik wel aangaan, maar het hangt af van wat de bond wil. De evaluatie van de Spelen en de gesprekken over een verlenging van mijn dienstverband zijn nu aan de gang. Ik heb wel als voorwaarde gesteld dat ik de ruimte moet hebben om het op mijn manier voort te zetten. De afgelopen twee jaar heb ik daar behoorlijk voor moeten vechten. Als de bond aan mijn wensen wil voldoen, dan gaan we ervoor. Zo niet, dan hout het op.”

 

Hoe sta jij erop bij het bondsbestuur?

“Geen idee. Ik ben na de Spelen wel benoemd tot lid van verdienste van de KNHB, dat vond ik stoer. Ik heb de hele boel omgegooid bij Oranje em dank dat de manier waarop we zilver hebben behaald, ook qua uitstraling van de ploeg, naar tevredenheid is gegaan.”

 

Ben je tijdens de rumoerige voorbereiding wel eens op je vingers getikt?

“Nee, ik heb altijd steun gekregen en gevoeld van de bond.”

 

Je bent een motivator die op korte termijn voor resultaat zorgt. Heb je als coach genoeg inhoud voor nog een termijn? Raken de spelers niet op je uitgekeken?

“Ik durf te zeggen dat mijn spelopvatting en gedachten vernieuwend zijn en dat spreekt de internationals aan. Dit is ook mijn groep. De meeste jongens heb ik al bij Jong Oranje onder mijn hoede gehad en ik geloof absoluut dat we op korte termijn hoofdprijzen kunnen gaan winnen. Ik ben nog lang niet klaar, er zit nog veel rek in dit team.”

 

In Londen heb je alles uit de kast gehaald om jouw spelers te motiveren. Je hebt zelfs dat gedicht van je vader voorgedragen. Kun je ze dan in de toekomst nog wel raken?

“Ik weet voor een toernooi nooit of het me weer gaat lukken. Het is mijn persoonlijke uitdaging om steeds weer nieuwe invalshoeken te bedenken. Tot nu toe lukt dat. De tijd van oogsten is nu aangebroken. Tot nu toe lukt dat. De tijd van oogsten is nu aangebroken. Als ik verder ga, dan moet er op het EK 2013 en WK 2014 goud worden gewonnen. Die druk leg ik mezelf en de groep nu al op. Zo ben ik dan ook wel weer. Anders is er toch niets aan?”

facebook twitter