Home / Artikelen / Coachen en coaches / Janneke Schopman: 'Elke wedstrijd is te zien als een gala van leermomenten. Niet alleen voor de speelsters'
Janneke Schopman: 'Elke wedstrijd is te zien als een gala van leermomenten. Niet alleen voor de speelsters'
29 januari 2012

Interview met Janneke Schopman voor de online rubriek "Leren en jezelf ontwikkelen als trainer-coach, hoe doe je dat?" van Ton Biessels voor NL Coach.

 

Geruisloos

De interviewer trapt af: je speelt je laatste wedstrijd in september 2010, na een indrukwekkend aantal wedstrijden voor het nationale hockeyteam; een half jaar later speel je als trainer in de hoofdklasse mee in de play-offs. Hoe kun je zo snel trainer worden? Is een topspeelster direct een toptrainer? 

 

Janneke helpt deze vraag snel om zeep: “ik ben altijd al als trainer bezig geweest, vanaf mijn eerste jaren als speelster in het 1e team van HC Rotterdam. Ik weet niet anders dan dat ik het altijd geweest  ben”. Ook bij de overstap naar Den Bosch blijft zij deze twee zaken combineren: ze speelt 8 jaar onafgebroken in dames-1, en traint wekelijks de meisjes A-1. “Mijn drive is altijd tweeledig: ik ben  maximaal nieuwsgierig hoe spelers zich ontwikkelen, wat er uit kan komen. Én ik wil ze beter maken, een continue uitdaging, want  wanneer is iemand klaar met beter worden?” Zij noemt haar trainersloopbaan “geruisloos”: ze was het eigenlijk altijd al. “SCHC is voor mij niet bepaald mijn eerste stap in de trainerswereld”. 

 

Leerproces 

Coachen is een voortdurend leerproces, als je het zo ziet tenminste. Elke wedstrijd is te zien als een gala van leermomenten. Niet alleen voor de speelsters. Als je de focus kunt leggen op jezelf zit je midden in dat leerproces. Wat nodig is om maximaal te kunnen leren in de wedstrijd is een open blik. Van de coach, van mij dus. Het gaat in een wedstrijd soms anders dan was afgesproken, dan de tactiek had “bepaald”. Je kunt dan direct ingrijpen en de zaak corrigeren. Bij een open blik bekijk ik als coach deze situatie niet direct als afwijkend, hoewel ik dat natuurlijk wel zie. Ik stel mijn oordeel uit, ik ga er van uit dat een speelster een bepaalde bedoeling kan hebben om anders te handelen. In het veld staan niet de minsten, kun je wel zeggen. Speelsters kiezen soms op gevoel voor een bepaalde pass of positie. Dat is belangrijk voor ze, om zelf keuzes te kunnen maken. En even zo belangrijk voor mij: ik moet leren loslaten dat het altijd precies zo moet als is afgesproken. Het vertrouwen hebben dat er door speelsters oplossingen gevonden worden in de specifieke omstandigheden. Hier heb ik het na de wedstrijd ook over: het gevoel bij de speelsters in de wedstrijd”.  

 

Perfectie en hiërarchie

“Dit aspect vind ik belangrijk, maar het is wel een aspect, dus een deel van het geheel. Iedereen heeft in het veld een functie en is met een taak de wedstrijd in gegaan. Duidelijke afspraken, taakgerichtheid, doen wat is afgesproken, een duidelijke hiërarchie in en buiten het veld. Dit staat weer in contrast met het aspect dat ik hier boven aanhaalde.  Toch is het er allebei en moet er ook zijn. Het gaat natuurlijk weer om de bekende balans, maar vindt die maar eens. Dan gaat het vooral om jezelf, het bewust zijn van je eigenschappen. Die zijn vaak zó eigen zijn dat je ze niet meer ziet. Bij mij heet dat perfectie. Ik ben gaan zien dat dat niet altijd helpt, om zo naar anderen te kijken. Maar perfectie bereiken in teamwork zie ik weer wel in hoge mate bijdragen aan de kracht van het team. Hiërarchie moet niet de ontwikkelruimte verkleinen: het moet kaders bieden, waarin je zelf stappen leert te zetten. Ook als coach: leren los te laten en die ruimte te bieden”. 

 

Leren leren van elkaar: de assistent-trainer

Van elkaar leren, zo simpel gezegd maar dit gaat niet vanzelf. Dat is een leren-lerenproces. Heeft ook te maken met de hiërarchie in organisaties: met de leiding van een sportorganisatie, bestuurlijk, en in de combinatie van trainer en assistent-trainer. En de hiërarchie tussen trainer/coach en het team en tenslotte de hiërarchie binnen het team. 

 

Nu even de focus op de assistent-trainer. Deze heeft een veel belangrijkere rol dan vaak wordt ingevuld. De assistent moet anders zijn, anders durven zijn. Van hem of haar wordt wat mij betreft geen hiërarchie verwacht, die is er al, namelijk bij de hoofdtrainer. Ik verwacht van een assistent trainer een open mind en open blik en vervolgens het lef om te zeggen wat hij/zij ziet! Bereid is om feedback te geven aan de hoofdcoach. De assistent moet anders zijn en zich op dat punt ook manifesteren. Dat valt niet mee, zeker niet in de mannenwereld die hockey toch nog is, zeker op trainers/coaches gebied. Als er teveel hiërarchie is in de organisatie, sport dan wel daarbuiten, wordt er meer áfgeleerd dan geleerd. Dat kan niet het doel zijn van een sportorganisatie. Concreet betekent dit voor mij dat ik van mijn assistent trainer feedback verwacht en ook vraag, over mijn optreden in wedstrijden en trainingen. Ook hier moet de dimensie ´gevoel´ weer een rol kunnen spelen. Op gevoel bespreken, feedback geven. Dat moet verder ontwikkeld worden”.

 

Van jeugdcoach naar hoofdcoach

Hoe word je een goede jeugdtrainer/coach? “Daar stapte ik gewoon in, vanuit mijn ervaring als speelster. Deze bagage neem je mee als basis voor je werk als trainer. Alles wat ik leerde als speelster kan ik overdragen aan een team, ik neem het `speelster gevoel` mee. Het draait bij mij om inzet en ambitie. Ik verlang de inzet zoals ik die zelf altijd had als speelster. En een ambitie die uitvoerbaar is. Geen luchtkastelen. Steeds is durf nodig om weer een volgende stap te zetten. Daar zoek ik steeds naar. Dan leer ik en zie ik dat er vele wegen zijn die naar Rome leiden. Ik haal ze uit mijn eigen speelsterperiode, uit de diverse toernooien die onder hoge druk moesten worden gespeeld. Ik haal kennis uit de coaches die ik heb gehad, uit mijn werk bij Heijmans. Er zijn vele manieren om te leren en jezelf te ontwikkelen, ik kies wat werkt, voor mij!! Kruisbestuiving is een manier, dus elkaar informeren en raadplegen. Werkt bij mij toch pas echt goed als het aan twee voorwaarden voldoet. Kunnen we er iets mee én heb ik iets met deze persoon. Ook hier geldt weer: werkt het voor mij?!“

 

Van hoofdcoach naar??

Het was weer ouderwets spannend, als coach langs de lijn van de play-off wedstrijden tegen Laren, juni jl. “Ik krijg dan weer een speelster/gevoel, maar ik merk bij mezelf ook een verschil: acceptatie van een verloren wedstrijd is als coach moeilijker. In het veld staand kun je accepteren als je alles hebt gegeven: je bent er volledig voor gegaan. Als coach sta je langs de kant met de vraag: heb ik er alles aan gedaan? Geef ik voldoende eigen ruimte aan de spelers voor ontwikkeling? Leer ik ze voldoende om eigen stappen te zetten en eigen keuzes te maken. Dit vind ik voor mij dé uitdaging voor mijn persoonlijke groei en ontwikkeling. Werk genoeg dus, de komende jaren!”

 

 

Dit interview behoort tot een rubriek die onderdeel is van een onderzoek dat wordt uitgevoerd door Ton Biessels. Promotor is prof dr. Robert Jan Simons, Universiteit van Utrecht. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder trainer-coaches in Nederland en vindt plaats in de volle breedte van de sport, o.a. door middel van enquêtes en interviews. Als u meer wilt weten of specifieke informatie wilt over dit onderzoek, stuur dan een e-mail naar info@nlcoach.nl.

facebook twitter