Home / Artikelen / Leiderschap / Maartje Paumen: 'Alles moet wijken voor 10 seconden van euforie'
Maartje Paumen: 'Alles moet wijken voor 10 seconden van euforie'
02 januari 2012

Ze leeft in een open laboratorium om bij de Spelen van Londen opnieuw een gouden medaille te winnen. Hockeyster Maartje Paumen praat over haar missie, haar magische sleeppush, het aanvoerderschap, en met teamgenote Carlien Dirkse van den Heuvel over hun relatie.

 

ROBÈRT MISSET

 

Nog 225 dagen tot de Spelen van Londen, nog 224, 223. Maartje Paumen telt in gedachten mee als ze het speciale bord bij de entree op Papendal ziet. Drie maanden na het begin van de wekelijkse trainingsstage met de Nederlandse selectie is het nationale sportcentrum het tweede huis geworden van de hockeysters. 'Home Sweet Home' twittert Paumen, met een vleugje ironie.

Papendal of een trainingsstage in Alicante, het speciaal in olympische stijl geprepareerde, blauwe hockeyveld van Upward in Arnhem of het groene kunstgras van haar club Den Bosch: tot de gedroomde, olympische finale in augustus 2012 draait alles bij de 26-jarige Paumen om hockey. Ze heeft er haar studie voor opgeschort. Ook in haar relatie met teamgenote Carlien Dirkse van den Heuvel domineert de hockeysport, ze spelen met én tegen elkaar.

Alles moet wijken voor 10 seconden van opperste euforie in Londen, zegt Paumen. Meer is het niet, ervoer ze bij de Spelen van Peking. 'Dat gevoel van extase krijg je later niet meer. Je kijkt naar elkaar en weet van gekkigheid niet wat je moet doen. Al die huldigingen daarna zijn anders. Het gelukzalige moment dat je op het veld beseft: ik ben olympisch kampioen, is eigenlijk niet te beschrijven. Voor die roes van 10 seconden doe ik het, bizar toch?'

 

De missie
Papendal is sinds september ook het laboratorium voor de Nederlandse hockeysters. Elke training staat in het teken van Londen 2012. 'Het was even wennen', vertelt Paumen. 'Maar het is een groot voordeel dat we op weg naar de Spelen al zoveel samen kunnen doen. Juist in dit jaar moeten we veel met elkaar delen. We groeien naar elkaar toe.'

De hockeysters volgen een vast patroon. Paumen: 'Maandag eerst een uurtje loslopen na de wedstrijden in de hoofdklasse op zondag, dan nog een uurtje hockey. 's Middags hebben we krachttraining op Papendal. Dinsdagochtend krijgen we van Cees Koppelaar anderhalf uur looptraining op de atletiekbaan van Papendal, daarna doen we weer twee uur hockey bij Upward. Woensdagochtend is de laatste krachttraining en dan melden we ons donderdag weer bij de club. In deze periode moeten de speelsters fitter en sterker worden, we vergroten onze basis.'

Elk detail telt. Zo test Paumen een speciaal apparaatje om de longinhoud te meten. 'Door bepaalde oefeningen leer je beter en adequater in te ademen. Zo kun je sneller herstellen.'

Paumen volgt tevens een training Eye Gym, 'ooggymnastiek', om haar gezichtsveld te vergroten en scherper te observeren. 'Je doet allerlei spelletjes om je reactiesnelheid te meten. Ik ben benieuwd of ik dingen in het veld sneller kan zien. Het gaat om die ene procent, die straks in Londen het verschil kan maken.'

Bij zijn eerste presentatie op Papendal provoceerde bondscoach Max Caldas de hockeysters met de stelling dat het hem niet uitmaakt wie landskampioen wordt. Zo benadrukte hij indirect het pikante karakter van de onderlinge duels in de hoofdklasse.

 

Paumen: 'Voor de internationals van SCHC was het niet leuk om de speelsters van Amsterdam de volgende ochtend op Papendal te zien na die 7-1-nederlaag in het Wagenerstadion. Nu spelen nog diverse belangen mee, want de landstitel is een mooie prijs. Maar uiteindelijk vormen we op Papendal weer één team. Al deze meiden willen namelijk naar Londen.'

Toch is het soms lastig de balans te vinden tussen de club en de nationale ploeg, aldus Paumen. Het project op Papendal is een compromis. 'Diep in mijn hart had ik best het oude Bankrasmodel van de volleyballers willen invoeren, dagelijks bij elkaar om beter te worden. In samenspraak met diverse partijen hebben we gekozen voor deze variant.

'We hebben afgesproken de duels in de hoofdklasse te benaderen alsof het interlands zijn. Klein Zwitserland of Laren, Azerbeidzjan of Argentinië; ondanks het niveauverschil zullen we elke wedstrijd moeten leren spelen als een finale. Ik heb een goed gevoel bij deze methode.'

Het decor op Papendal inspireert, zegt Paumen. 'Als groep een jaar lang toewerken naar één doel, omringd door sporters die ook naar de Spelen willen. Alles wat hier gebeurt, is gericht op Londen. Bij binnenkomst zie je dat bord: Londen, nog zoveel dagen. Nog zoveel dagen werken voor goud.'

 

De relatie
Voor de Champions Trophy in Amstelveen vertelt Paumen dat ze door haar coming-out in 2009 een ander mens is geworden. 'Ik ben nu degene die ik wil zijn.'

In een café tegenover de kathedraal in Den Bosch praten Carlien Dirkse van den Heuvel (SCHC) en Maartje Paumen (Den Bosch) gezamenlijk over hun relatie. Soms is een leugentje nodig om de clubbelangen niet te schaden. Als ze tegen elkaar hebben gespeeld, is de verliezer een dag chagrijnig. En in het Nederlandse team zijn ze samen en toch ook apart, zoals tijdens de trainingsstage in december in Alicante. Dan is er geen ruimte voor intimiteit.

Dirkse: 'Dat zijn wel de moeilijkste momenten, bijna twee weken lang kun je geen stel zijn. Ik deel een kamer met Claire Verhage, Maartje slaapt bij Marilyn Agliotti. Zij gaan er gelukkig soepel mee om. Kijken Maartje en ik samen op onze kamer naar een film of we gaan even de stad in.' Paumen: 'Wij zorgen er soms bijna krampachtig voor dat we niet met zijn tweeën zijn. Dan moeten teamgenoten tegen ons zeggen: ga even lekker samen wat eten. Iedereen gaat er gemakkelijk mee om.'

Ze zeggen elkaar niet los te laten in de Nederlandse ploeg. Dirkse: 'Het WK in Argentinië was het eerste toernooi dat we als stel beleefden, toen was het even zoeken in de groep naar wat wel kon en wat niet.'

Paumen: 'We hebben twee jaar geleden meteen gezegd dat we een relatie hadden gekregen. Het team is er open over, waardoor wij onszelf kunnen zijn. We voelen ons niet geremd. Carlien en ik zullen niet hand in hand gaan lopen, maar we kunnen ons verder vrijelijk gedragen.'

Dirkse: 'Ook de begeleiding ontwijkt het onderwerp niet. De coaches kunnen ook denken: als we het verzwijgen, is het er niet. Maar zo zit Max niet in elkaar. Hij maakt er juist grappen over. Zegt hij bijvoorbeeld dat het stelletje in een trainingspartijtje niet in hetzelfde team mag zitten. Onze relatie is bespreekbaar en dat houdt het luchtig in de groep.'

Rond het EK in 2009 in Amstelveen bemerkten Paumen en Dirkse van den Heuvel dat hun gevoelens voor elkaar verder gingen dan vriendschap. Dirkse, lachend: 'Voor mij was het normaal, ik wist al sinds mijn achttiende dat ik op vrouwen viel.'

Paumen: 'Voor mij was het een schok. We waren wel vriendinnen, maar ik had daarvoor een vriendje gehad. Ik herkende die lesbische gevoelens niet bij mezelf. Maar ze werden zo sterk dat ik dacht: dan zal het wel zo zijn.'

Dirkse: 'Ik heb Maartje wel geholpen, haar voorbereid op de reacties.'

Voor Paumen was uit de kast komen op 23-jarige leeftijd een verwarrend proces. Met lood in de schoenen ging ze naar haar ouders in Geleen. 'Niemand had het bij mij zien aankomen. Ik moest iets uitleggen wat tussen haakjes niet normaal is. Mijn ouders reageerden aanvankelijk niet zoals ik had gewild. Zij waren de eersten aan wie ik het had verteld. Toen dacht ik: oei, wat voor reacties kan ik dan nog meer verwachten?'

Paumen moest haar gevoelens ook zelf een plek geven. 'Ik moest eerst vrede krijgen met het idee dat ik verliefd was geworden op een vrouw. Dat heeft wel een paar maanden geduurd. De eerste keer met Carlien was een fijn gevoel, het klopte helemaal. Maar ik dacht ook: hoe ga ik dit vertellen?'

Dirkse: 'Voor hetzelfde geld had Maartje gedacht: dit is eenmalig. Dan had ik me wel rot gevoeld. Maar het klikte tussen ons, waarom zou Maartje het dan ontkennen?'

Paumen: 'Na dat eerste gesprek met mijn ouders voelde ik nog wel enige spanning als ik bij ze was. Carlien is daarna snel meegegaan. Toen zagen mijn ouders ook dat ik gelukkig was. Nu is alles goed.'

Ze zien ook de kwetsbare kant van hun relatie. Dirkse: 'Wat als het uitgaat, hoe gaan we er dan mee om?' Paumen: 'Ik heb er met Max over gesproken, maar niet in de zin van: gaat zij er dan uit of ik? Na een breuk zullen we allebei professioneel moeten samenwerken. Lukt dat niet, dan zal één van ons eruit moeten stappen.' Dirkse: 'Het mag nooit ten koste gaan van het team.' Paumen, glimlachend: 'Het is geen discussie, tussen ons gaat het nooit meer uit.'

De strafcorner
Bij een 3-0-achterstand tegen wereldkampioen Argentinië lijkt de finale van de Champions Trophy in Amstelveen beslist, tot Maartje Paumen haar specialiteit toont. Drie strafcorners, drie keer haar magische sleeppush en drie treffers: 3-3 en Nederland wint na shoot-outs. Paumen en de korte hoekslag zijn een twee-eenheid geworden, soms tot vervelens toe.

'Zolang die corner loopt, is alles positief. Maar als hij er niet ingaat, komen de vragen. Soms scoor ik drie uit drie, ik heb er ook wel tien gemist. Ik ben de held of de schlemiel, er zit niks tussen. Toch blijft ook de strafcorner een teamprestatie, het is meer dan een balletje pushen op goal. Maar er wordt alleen naar de schutter gekeken.'

Haar collega Taeke Taekema noemde de strafcorner ooit een pitstop van tien seconden, waarin elk detail moest kloppen. Paumen, instemmend: 'Het aangeven, de stop, de push; alles moet zuiver zijn. Ik heb mezelf wel eens afgevraagd wat ik zonder die corner zou zijn. Nog steeds een goede hockeyster, maar zonder dat extra wapen. Vroeger moest ik het ook meer van mijn corner hebben, ik heb er duizenden uren op getraind.

'Op mijn 14de begon ik met pushen, 100 ballen per week. Ik zal in mijn leven al tienduizend strafcorners hebben genomen. Mijn techniek is nu perfect. Soms sluipen er wat foutjes in, dan ga ik weer met Toon Siepman aan de slag. Ik train al 10 jaar de strafcorner met hem, hij kent mijn push als geen ander.

'Ook nu Toon als trainer van MOP een tegenstander van me is, werken we wekelijks aan die corner. Hij zoekt telkens naar verbeteringen om desnoods een kilometer harder te slepen, zo trainden we voor het WK in Argentinië met een speerwerper. Sinds afgelopen zomer is de kromme stick verboden, dat vergde enige aanpassing. Met die kromme stick kreeg de bal nog een zwiep mee. Maar ook met de nieuwe stick blijft de corner een gevaarlijk wapen.'

Te gevaarlijk zelfs, oordeelde ook Siepman, tot haar verbazing. Zo werd Taekema bij de Champions Trophy in Nieuw-Zeeland wederom geconfronteerd met de zogeheten suicide-lopers, die zich recht in de baan van de push werpen. Paumen: 'De tweede uitloper gaat op de strafbalstip staan om het schot te breken, die fungeert puur als schietschijf.

'Bij de vrouwen werken China, Korea en Japan ook al met suicide-lopers. Die meiden komen bont en blauw het veld af. Ik zou het echt niet doen. Toch kan ik me niet voorstellen dat de strafcorner wordt afgeschaft, het hoort bij het hockey. En er gebeuren relatief weinig ongelukken mee.'

Laat de strafcorner dus ook in Londen haar magnus opus zijn. In het droomscenario van Paumen krijgt Nederland in de 69ste minuut van de olympische finale een strafcorner. 'Hoe meer druk erop staat, hoe beter ik word. Als er bijna geen tijd meer is, zie ik mijn teamgenoten denken: Paumen doet het wel. Dat gevoel wordt ook bij mij steeds sterker. Schiet die bal erin en het is klaar, zo mag het van mij gaan.'

De aanvoerder
Ze is een andere leider dan haar voorgangers Mijntje Donners, Minke Booij en Janneke Schopman. 'Ik ben minder dominant, zij waren harder en directer. Ik stuur mensen op mijn manier aan.'

Het verlegen meisje uit Limburg, dat zich op het veld alleen uitleefde bij de strafcorner, werd een volwassen, zelfbewuste vrouw. Paumen verbaast zich soms over die metamorfose. 'Dit had ik een paar jaar geleden niet verwacht. Ik ben sinds de Spelen van Peking een ander mens geworden. Sophie Polkamp zei laatst tegen me: het is bij jou heel natuurlijk verlopen.

'Ik durf te kiezen en dat straal ik ook uit. Max heeft als coach een bepaald beeld van de aanvoerder. Ik heb mezelf ontwikkeld in die rol en het vertrouwen gekregen van de groep. Dan durf je stappen te maken. Het is ook een kwestie van je verantwoordelijkheid nemen. Dat doet niet iedereen.'

Ze weet nog hoe Booij de ploeg bij de hand nam in de finale in Peking tegen China. 'Ik keek Minke aan, ze stond vlak naast me. Het was 2-0 voor ons en er stonden nog 10 seconden op de klok. Zij durfde het nog niet te geloven, terwijl de anderen naar voren renden. Ik liep al te stuiteren, we wilden feestvieren. Minke is een controlfreak, van haar mocht ook in de laatste 10 seconden niets misgaan.'

'Ik zie vroeger vaak tegen haar: waar maak je je toch druk om, laat het gaan. Nu begrijp ik waarom ze zich zo opstelde. Ik heb twee keer bij haar aan de keukentafel gezeten om te praten over het aanvoerderschap. Ik wilde graag weten hoe zij het heeft ingevuld, hoe ze haar functie beleefde. Het is nu zo herkenbaar voor me.

'Ik kan Minke bellen als ik hulp nodig heb. Ik weet dat zij alles heeft meegemaakt. Met Janneke Schopman heb ik het ook over het teamproces gehad. Maar ik heb mijn eigen stijl gevonden. Ik ga als een gerijpte persoonlijkheid naar Londen. In Peking scoorde ik elf keer, ik won mijn eerste olympische finale. Dat maakt die Spelen zo dierbaar. Toch beleef ik het nu als aanvoerder veel bewuster dan in 2008. Het geeft mijn olympische missie een andere dimensie.'

 

 

 

facebook twitter