Home / Artikelen / Coachen en coaches / Max Caldas: ‘coachen is een servicevak’
Max Caldas: ‘coachen is een servicevak’
20 augustus 2011

Max Caldas (Buenos Aires, 1973) komt aanfietsen in korte broek en op slippers. Zijn fiets ziet er nog erg nieuw uit. “Ik fiets niet zo vaak. Je gaat ervan zweten en dan wil ik weer onder de douche. Ik heb tegen mijn vrouw gezegd: als het regent, breng ík de kinderen met de auto naar de opvang, niet met de bakfiets. Je laat kinderen toch niet zeiknat regenen! Dat vind ik echt onzin.”

 

Caldas verliet Argentinië op zijn 22ste. Hij woonde vijf jaar in Australië. In 2000 kwam hij naar Nederland om te gaan hockeyen bij Klein Zwitserland. Hij is een wereldburger en die diversiteit vertaalt zich in zijn persoonlijkheid en vakmanschap. Niet dat we de bondscoach van de Nederlandse hockeyvrouwen de hemel in willen schrijven, maar er is nu eenmaal iets aanstekelijks aan Caldas. Zijn levenswandel maakt hem intrigerend, zijn openheid maakt hem prettig om mee te werken en dat hij ook wel eens vloekt op een persconferentie, maakt hem leuk.

 

“Ik heb veel gezichten, maar al mijn gezichten zijn eerlijk. Het zijn oprechte momenten dat ik mezelf geef. Ik kan ook ongelofelijk nors zijn, maar dat is dan oprecht wat in mijn beleving op dat moment nodig is. Het is niet een spel.”

 

Toen hij naar Nederland kwam, was hij in zijn eigen woorden een kind dat nergens verantwoordelijkheid voor droeg. Hij was getrouwd met de Australische hockeyster Alyson Annan. Het huwelijk liep stuk. “Het heeft me veel gekost om uit dat dal te komen. Er moesten privé veel dingen gebeuren om een man te worden in plaats van een kind te blijven. Ik ben ontzettend dankbaar dat dat is gebeurd. Deze baan had ik tien jaar geleden niet aangekund. Ik was er waarschijnlijk niet eens aan begonnen. Nu ben ik er aan toe die verantwoordelijkheid te dragen.”

 

In november besloot Caldas de mannen van Bloemendaal te verlaten om bondscoach van de Nederlandse vrouwen te worden. “Ik heb zeker getwijfeld of ik deze baan moest nemen, maar dat was vooral om sentimentele redenen. Het was financieel safe om bij Bloemendaal te blijven, want het is zeker geen straf om die groep te trainen. Nu ben ik misschien wel werkeloos na de Spelen van Londen, maar ik heb mijn keuze gemaakt.”

 

“Je begint, de dingen gaan draaien en dan zie je hoe mensen naar je kijken. Hoe de ogen staan van de meiden, van de pers. Die start bevestigde dat het de juiste keuze is geweest. Ik heb het gevoel dat het goed gaat. Ik geniet elke dag van mijn baan. Maak ik fouten? Ongetwijfeld, vraag maar aan mijn vrouw. Maar ik voel me elke week steviger in mijn schoenen staan.”

 

Dat hij stevig in zijn schoenen staat, betekent niet dat hij nooit twijfelt. “Ik twijfel heel erg aan mezelf, elke keer als ik naar huis rij na een wedstrijd of een training. Heb ik de goede dingen gezegd? Die twijfel leeft elke dag bij mij en houdt me misschien ook scherp. Spelers ruiken alles van de coach, zien alles. Er zijn dingen waar ik niet goed in ben of waar andere mensen beter in zijn. Ik ben niet bang om te zeggen dat ik heel veel dingen niet weet.”

 

Caldas is niet snel uit het lood geslagen, maar toen hij na de bekendmaking van de laatste afvallers voor het EK met zijn selectie voor een trainingsstage naar Engeland ging, zat hij niet goed in zijn vel. “Ik was heel onrustig. Ik begon te zeiken tegen de scheidsrechter, schold hem uit en dat had ik nog nooit gedaan. De week ervoor was zwaar omdat ik de gesprekken moest voeren met de mensen die afvielen. De hockeytechnische redenen waarom zij waren afgevallen, waren helder, maar dat te vertellen is niet fijn.”

 

“In die week was ik te veel bezig met wat mensen zouden gaan zeggen. Ik kan leven met kritiek. Sterker nog, ik vind het leuk kritiek te krijgen, want dat houdt je scherp. Ik zou het alleen waarderen als mensen die van afstand kritiek leveren, eens komen kijken. Iedereen weet wanneer wij trainen en de deur staat altijd open. Kom kijken, eet met ons, praat met ons en als je dan je informatie hebt, kom dan met je kritiek. De manier waarop het nu vaak gebeurt, is te makkelijk en dat mensen dat op forums anoniem doen, vind ik laf.”

 

“Ik was te veel bezig met kritiek van anonieme mensen en dat ging ten koste van mezelf en dus van de meiden en mijn staf. Ik liet mezelf daardoor beïnvloeden. Daarover heb ik mezelf beloofd: Max, laat maar en slaap maar.”

 

Coachen is een servicevak, vindt Caldas. Alles wat de bondscoach doet, doet hij voor zijn speelsters en zijn staf. “Ik ben geïnteresseerd in heel veel dingen. Ik stond vorige week op de bank te schreeuwen tegen de tv tijdens Barcelona-Real Madrid. Mijn vrouw kwam naar beneden en zei: De kinderen liggen te slapen! En denk aan je hart! Daarna ben ik naar boven gegaan en heb ik tot twee uur ’s nachts een boek liggen lezen over de rol die opleiding heeft gespeeld in de wereld door de eeuwen heen. Ik weet niet waarom, maar daar word ik ook door gegrepen. Ik ben heel prikkelbaar, maar alles wat ik doe, of het nu een cursus is of iets wat ik lees of kijk, heeft te maken met mijn team. Ik moet het direct kunnen toepassen op de meiden of op de staf. Als ik er alleen zelf van profiteer, vind ik het een beetje valsspelen.”

 

Die instelling maakt hem onafhankelijk, ook al verdient hij zijn brood als trainer. “Op de Champions Trophy speelden wij met zes hockeysters die nog nooit een interland hadden gespeeld. De grote winst van dat toernooi is dat het Nederlands vrouwenteam breed is geworden. En er zit een coach die daar zijn ogen voor open heeft. Als ik me voor mijn baan zou willen indekken, zou ik daar niet mee beginnen. Ik weet dat het afgelopen kan zijn na de Spelen volgend jaar, maar daar hou ik me niet mee bezig. Want dan keer je in jezelf, word je egoistisch, durf je niet te meer veranderen en word je schijterig. Dat gaat je je baan kosten en daarna lig je als team en als land twee jaar verder achter op de rest.”

 

Caldas is een inventieve en innovatieve trainer, een coach die gelooft in het delen van informatie. Iedereen lijkt in hem te vinden wat hij zoekt. Bij de één hangt hij de lolbroek uit, bij de ander zet hij een serieus gezicht op. “Als ik coach van achttien speelsters ben, moet ik ze alle achttien kunnen raken. Kan ik dat niet, dan ben ik een eenheidsworst aan het maken en daar hou ik niet van. Ik eis kwaliteit in alles wat we doen, ook van mezelf. Als mensen zeggen dat ik een peoples-person ben en dat ik goed kan motiveren, vind ik dat leuk om te horen. Maar als dat het enige is wat ik kan, dan ben ik echt een sukkel.”

 

Iedereen is dol op Max Caldas. Zijn speelsters dragen hem op handen, de hockeybond loopt met hem weg en zelfs de pers is in zijn nopjes met de coach die zelden onzin verkoopt. ‘Als motiveren het enige is wat ik kan, ben ik echt een sukkel.’

facebook twitter