Home / Artikelen / Clubkeuze/loopbaanplanning / Floris de Ridder: 'Had moeite om me aan te passen'
Floris de Ridder: 'Had moeite om me aan te passen'
21 december 2011

Kampong-verdediger Floris de Ridder maakt kans op sportman van het jaar te worden in Gorinchem. In het AD/De Dordtenaar vertelt de jeugdinternational, die dit seizoen terugkeerde bij de Utrechters over zijn nominatie en zijn prille carrière.

 

De Ridder is verrast over zijn voordracht. ‘Natuurlijk speel ik op het hoogste niveau in Nederland hockey, ben ik een vaste waarde in het eerste van Kampong en maak ik deel uit van Jong Oranje. Maar die nominatie had een jaar daarvoor logischer geweest.’

 

‘Niettemin vind ik het een eer dat ik genomineerd ben. In de stad waar ik achttien jaar heb gewoond, waar ik ben opgegroeid en de basis heb gelegd voor een mooi hockeyleven’, aldus de 20-jarige De Ridder.

 

Via de Gorcumse club Rapid en Kampong belandde De Ridder bij Bloemendaal. Daar ging het niet altijd van een leien dakje: ‘Ik had vooral moeite om me aan te passen in de groep. Binnen een team zijn er gedragsregels. Laat ik maar zeggen dat ik me daar niet altijd aan hield. Ik had die jaren overigens niet willen missen, maar wilde na die twee jaar wel graag terug naar Kampong. Twee jaar ouder en zeker ook wijzer.’

 

 

8 september 2011: 'Bloemendaal werd nooit wat ik ervan verwacht had'

 

Floris de Ridder keerde deze zomer terug op het oude nest, dat hij twee jaar geelden verliet. De jeugdinternational verkaste toen van Kampong naar Bloemendaal, maar speelt komend seizoen weer bij de Utrechters.

 

Floris, hoe bevalt het om terug te zijn?

‘Prima. Allen loop ik al tweeënhalve maand rond met een blessure aan mijn been. Waarschijnlijk is dat het gevolg van een voedselvergiftiging die ik op vakantie in Egypte heb opgelopen. Toen ik daarna weer ging trainen lag mijn belastbaarheid lager.’

 

Een beetje een valse start dus.

‘Ja, het is een vervelende binnenkomer. Ik heb al wel wat trainingen en een paar oefenpotjes meegedaan, maar toch kreeg ik weer pijn. Ik heb vooral last met wenden en keren. Hopelijk kan ik zondag de openingswedstrijd meedoen.’

 

Vertel eens, waarom terug naar Kampong?

‘Ik ga in Utrecht studeren. En bij Bloemendaal heb ik een mooie tijd gehad met ook mindere momenten. Na het eerste seizoen trok Kampong ook al een beetje. En Kampong heeft een sterk team. Vergeet niet dat Bloemendaal best wel wat in heeft geleverd. Dat is niet de reden waarom ik weg ben gegaan, want er staat nog steeds een heel goed team, maar Bloemendaal is geen landskampioen meer. We gaan nu proberen om met Kampong mee te doen. Daarnaast is het een mooie club, met een leuke sfeer. Er is altijd wel wat te doen op Kampong.’

 

Zag je voor jezelf meer perspectief bij Kampong?

‘Ik weet niet of je het zo moet zien. Ik had bij Bloemendaal ook wel perspectief gezien. Maar op dit moment is mijn keuze. Of het nou bij Bloemendaal of Kampong is, dat maakt ook eigenlijk niet zoveel uit. Ik heb vorig jaar bij Bloemendaal redelijk veel gespeeld. Alleen in de play-offs speelde ik iets minder, in de EHL iets meer. Dat ging prima.’

 

Dan zou je zeggen: waarom ga je dan weg bij de nummer twee van Nederland?

‘Ik wil gewoon 22 wedstrijden zeventig minuten lang spelen. Op de een of andere manier is het bij Bloemendaal nooit geworden wat ik ervan had verwacht.’

 

Waar lag dat aan dan?

Waarschijnlijk aan mijzelf en aan externe factoren. Als je achttien bent en je gaat op jezelf wonen in een andere stad, gaat naar school en naar een nieuwe club en heb je met bepaalde mensen geen klik, dan is het weleens lastig. Misschien dat het voor andere jongens makkelijker is die stappen te maken. En misschien ben ik ook niet de makkelijkste geweest. Maar ik heb er totaal geen spijt van dat ik naar Bloemendaal ben gegaan. We zijn kampioen geworden, hebben twee keer in de EHL gespeeld en ik heb meer bagage gekregen.’

 

Is het je tegengevallen dat je die stappen niet allemaal in een keer kon maken?

‘Misschien dat ik me er een beetje in vergist heb. Ik was gewend om in de jeugd een van de belangrijkste spelers te zijn. Dat klinkt misschien arrogant, maar dat gold zowel voor de Nederlandse jeugdteams als bij de Kampong-jeugd. En als je daarna ergens komt waar je ongeveer alleen maar met internationals speelt, dan kan het weleens wennen zijn. Ik kwam op Bloemendaal aan als achttienjarig ventje, datnmoet je ook maar je plek weten te vinden. Als hockeyer en als mens. Ik heb me daar misschien een beetje in vergist. Maar goed, door schade en schande word je wijzer. Aankomend jaar wil ik laten zien wat ik waard ben. Bij Bloemendaal heb ik dat ook zeker wel laten zien, maar ik wil dat structureel doen.’

 

Je wilt belangrijk zijn voor het team?

‘Bij Bloemendaal heb ik wel leuke dingen laten zien, maar ik wil niet twintig minuten meedoen en daarna vijf minuten op de hoek van de bank zitten. Ik wil gewoon vol spelen.’

 

Hoe werd je ontvangen op Kampong?

‘Heel open. Heel positief. Maar ik vind het jammer dat ik nog niet veel op het veld heb gestaan. Ik wil me dolgraag laten zien.’

facebook twitter