Home / Artikelen / Overig / Concentratie
Concentratie
03 maart 2012

Concentratie is de bewuste ervaring van het uitoefenen van mentale kracht waarbij informatie zeer selectief wordt ervaren. Elementen van concentratie zijn aandacht en focus. Een bekende metafoor die gebruikt wordt om concentratie te omschrijven is de zogenaamde 'spot-light' metafoor. Deze wil zeggen dat concentratie maar op één mentale activiteit op een bepaald moment te richten is. Concentratie is een belangrijk begrip in de sport, omdat het kleinste verlies van concentratie grote invloed kan hebben op de prestaties van sporters. Concentratie op het juiste moment is een cruciale voorwaarde voor een goede sportprestatie.

 

 

 

In dit artikel worden twee belangrijke modellen op het gebied van concentratie en aandacht beschreven.

 

Nideffers aandachtmodel 

 

Wanneer een coach zegt tegen een speler dat hij zich moet concentreren, zou hij eigenlijk moeten zeggen op welke manier hij zich moet concentreren. Hierbij zijn twee dingen belangrijk.

 

Ten eerste de breedte van de concentratie. Sommige sportsituaties vereisen een brede vorm van concentratie, terwijl andere situaties juist een smallere vorm van concentratie vereisen.Bijvoorbeeld het goed raken van een bal vereist een smalle vorm van concentratie, omdat andere dingen eromheen er op dat moment niet toe doen. 

 

Ten tweede is de richting van de concentratie belangrijk. Soms moet de aandacht meer naar binnen (intern) gericht zijn, terwijl andere keren de aandacht meer naar buiten (extern) gericht moet zijn, bijvoorbeeld op de tegenstander of je medespeler.

 

In ieder sport is het belangrijk om op het juiste moment de juiste vorm van concentratie of aandacht te kunnen gebruiken en tijdens wedstrijden hier tussen te kunnen switchen.

 

De combinatie van smal/breed en intern/extern bepaalt de ‘aandachtsstijl’. Er zijn vier verschillende aandachtsstijlen te weten:
Smal - intern
Smal - extern
Breed - intern
Breed - extern

 

 

Het schema geeft een overzicht:

 

Smal - intern:  taak georiënteerd, vermijden van afleiding, focus op een ding, nadenken, leren.   

Je focust je hierbij in gedachten op bijv. een spier, gewricht of het gevoel in een klein lichaamsdeel zoals je linker kleine teen

 

Smal - extern: bewust van klein gedeelte van de omgeving

Je richt je aandacht op iets van kleine omvang buiten jezelf, bijv. het goed raken bij het slaan van de bal

 

Breed - intern: analyserend, voelen hoe het ongeveer is, bezig met gevoelens en gedachten
Je maakt je een voorstelling van volledige bewegingen, die je als een film afdraait in je hoofd, ook: bepaling van de strategie, analyse van de situatie

 

Breed - extern: breed bewustzijn van de omgeving, vangt veel prikkels van buitenaf op
Je  creërt voor jezelf een (letterlijk) een zo breed mogelijk gezichtsveld; je bent je bewust van je gehele omgeving

Iedereen heeft een vorm van aandacht die het best bij hem past.

 

Wanneer een sporter onder druk komt, is het logisch dat de vorm van concentratie die de sporter zich het meest heeft eigen gemaakt op dat moment naar voren komt. Een sporter die vooral smal intern geconcentreerd is, zal dit onder druk in extreme mate worden. Zoals je je kunt voorstellen zal dit de sporter niet altijd ten goede komen. De smal intern gerichte sporter zal niet meer doorhebben wat er om hem heen gebeurt en daardoor kunnen de prestaties achteruitgaan. Dit is dan ook de reden waarom het van belang is alle aandachtsstijlen te beheersen.

 

 

Aandachtscirkels van Ebenspächer

De Duitse sportpsycholoog Eberspächer heeft de zogenaamde aandachtscirkels ontwikkeld (zie afbeelding). Deze cirkels zeggen iets over het denkgedrag van een speler en kunnen door coaches worden gebruikt. De cirkels van Ebenspächer zijn een goede manier om uit te leggen waar een speler zijn aandacht op kan richten voor, tijdens en na wedstrijden.

 

 

Cirkel 1 ‘ik en mijn taak’

In cirkel 1 is de speler alleen maar bezig met de taak die hij moet uitvoeren: ik moet die bal halen, ik moet goed slaan (let op: niet ik moet scoren! Scoren is een doel, geen taak). 

 

Cirkel 2 ‘directe afleidingen’
In cirkel 2 wordt de speler afgeleid door geluiden, personen en gebeurtenissen op en rond het veld. Hoe fluit de scheidsrechter? Of het welbekende scorebord-en-klok-kijken-als-we-net-even-voorstaan-wat-ons-afleid-zodat-we-weer-gelijk-komen. Ben je dan afgeleid, dan kan het steeds erger worden. 

 

Cirkel 3 ‘is-behoort te zijn vergelijking’

In cirkel 3 begint de speler te vergelijken hoe het op dat moment met hem gaat en hoe hij eigenlijk zou kunnen presteren. Hij vergelijkt zichzelf met het niveau op de trainingen of met eerdere wedstrijden. ’Waarom speel ik niet goed?’ Nou, omdat je er over na zit te denken, dus!

Cirkel 4 ‘slagen/falen’

In cirkel 4 denkt de speler aan winnen of verliezen. Het gaat niet lekker met het presteren en de speler begint zich zorgen te maken en begint aan de toekomst te denken. ‘.  ‘Als ik nu mis, dan verliezen we…’

Cirkel 5 ‘gevolgen slagen/falen’

In cirkel 5: is de speler nog verder weg van de taak. Hij houdt zich bezig met de gevolgen van winnen en verliezen. ‘.  ‘Als we verliezen, dan hebben we geen kampioensfeest…’

Cirkel 6 ‘Zinsvraag’
In cirkel 6: vraagt de speler zich serieus af wat hij daar aan het doen is. Op het moment dat iemand in cirkel 6 is gekomen, is het ook mogelijk om naar cirkel 1 te gaan en de wedstrijd naar behoren uit te spelen.

 

 

Concentratieproblemen 

 

De meeste concentratie problemen in sport lijken te ontstaan doordat sporters falen in het richten van de aandacht op de juiste aanwijzingen of afgeleid worden door verkeerde aanwijzingen (deze kunnen zowel intern als extern zijn). Verschillende vormen van problemen met concentratie bij sporters zijn:

 

Een verkeerde combinatie van aandacht; dit houdt in dat in een bepaalde situatie de verkeerde aandachtsstijl  (Nideffer) wordt gebruikt of volgens Eberspacher, zich in de verkeerde aandachtscirkel bevindt.

 

Het ontbreken van de capaciteit om de juiste selectie van aandacht aan te nemen of te behouden (omdat iemands hoofd vol zit met andere zaken, zoals bijvoorbeeld privéproblemen).

 

Een overvloed aan interne (ik moet laag bij de grond zitten) of externe aanwijzingen (door de coach).

 

Onvrijwillig smal-intern richten (speler is vooral met zijn eigen gevoel bezig, bijv. in geval van angst, verdriet, etc)

 

Choking (verstikking); dit houdt in dat er zoveel externe druk komt te staan op de sporter dat het op dat moment onmogelijk is om concentratie te vinden en te behouden.

 

 

Training in concentratie 

Concentratie is een eigenschap die getraind en verbeterd kan worden. Voorbeelden van oefeningen om de concentratie te verbeteren in een sport gerelateerde omgeving zijn: het gebruikmaken van de juiste aanwijzingen, positieve zelf-praat, afleidingstrainingen, visualisatie, het stellen van doelen, groepsdiscussies en leiderschapsactiviteiten.

 

 

facebook twitter